Macht of moraal

Waarom zowel sukkels als uitbuiters zichzelf slimmer vinden dan de rest

Persoonlijk belang kan strijdig zijn met het belang van het collectief waar je bij hoort. Rotzooi maken in gemeenschappelijke ruimtes, luieren bij een gemeenschappelijke taak, overbevissen, de trein in stappen als er nog mensen uit moeten, in een dikke auto rijden: allemaal levert het persoonlijk voordeel, maar het collectief wordt benadeeld – en uiteindelijk jijzelf dus ook.

Soms is dat duidelijk – als de afdelingskeuken een smeerboel wordt omdat niemand schoonmaakt, of als je in de file belandt (nee, je staat niet vast in het verkeer: je bént het verkeer) – en soms niet, doordat het collectief heel groot is en de ongewenste gevolgen ver weg of uitgesteld (bijvoorbeeld CO2-uitstoot). Soms gaat het dilemma tussen ‘ik’ en ‘allen’ over het nemen uit een collectieve bron, zoals het gebruik van de weg of het vernietigen van natuur, en soms gaat het om geven aan het collectief, bijvoorbeeld belasting betalen of organen doneren na je dood.

Sommige mensen, suckers genoemd in heus wetenschappelijk jargon, kiezen steevast voor het collectieve belang. Anderen hebben de neiging daarvan misbruik te maken:[i] bevindt zich in de groep een goedzak die altijd de kopjes afwast of overwerkt als het druk is, waarom zou jij dan moeite doen? De zogenoemde free-riders kiezen voor eigenbelang en lijken uit te gaan van het motto ‘na mij de zondvloed’. Dat doen ze niet alleen uit hebzucht (het greed-motief), maar ook uit angst dat ánderen hebzuchtig zijn en zij dan de sukkel van de groep worden (het fear-motief).

Maar juist door te kiezen voor eigenbelang kunnen mensen uiteindelijk slechter af zijn dan wanneer ze zich opofferen voor het collectief. Zo komt er niemand de trein in wanneer iedereen als eerste naar binnen wil, staan auto’s stil in de file en raakt de vis in de zee op – ook voor de free-riders die het met de vangstbeperkingen niet zo nauw namen.

De coöperatieve lieverds en de wie-dan-leeft-dan-zorgt-individualisten hebben een heel verschillende kijk op de keuzes in dit soort dilemma’s.[ii] De suckers zien een keus voor het collectief als een teken van intelligentie. Immers, vooruitkijken en je eigen rol in het geheel overzien vraagt een zekere mate van inzicht en volwassenheid. Free-riders zien hetzelfde gedrag juist als dom en zwak: als je je eigenbelang opoffert en het risico neemt dat anderen je goede wil exploiteren, ben je een loser. De ieder-voor-zich-mentaliteit is in deze optiek een teken dat je intelligent bent, of toch in elk geval street smart.

Een mooi voorbeeld van de deze houding wordt beschreven door Joris Luyendijk[iii] op basis van zijn gesprekken met bankiers in de City of London. Zij bedenken bijvoorbeeld producten waar allerlei valkuilen en risico’s aan kleven, maar die zo ingewikkeld zijn dat niemand dat in de gaten heeft. Ze bedenken ook voorwaarden waar dit allemaal in staat, zodat de niks illegaals doen, alleen niemand snapt de voorwaarden. Vervolgens verkopen ze deze te-mooi-om-waar-te-zijn producten voor veel geld aan argeloze klanten. Hebben ze daar gewetenswroeging over? Nee, want hun neoliberale moraal is: ik speel in de eredivisie van de financiële meesterbreinen, en het is mijn taak om slimmer te zijn dan de klant, en slimmer dan de concurrent (want, zo merkt Luyendijk op, het fear-motief is vaak minstens zo sterk als het greed-motief: iedereen doet dit, dus als je niet meedoet ga je ten onder in de survival of the fittest van de vrije markt). Je moet dus slimmer zijn dan een ander, op een legaal geoorloofde manier; zo zit de wereld in elkaar, en als je daar niet aan meedoet ben je dom en verlies je.

In de financiële wereld is de schade die ontstaat door dit ‘slimme’ gedrag heel ver weg en niet direct zichtbaar voor de veroorzaker: het is een abstract ‘iedereen doet het’-gegeven. In het algemeen gedragen mensen zich wel coöperatief en sociaal in kleinschalige ik-versus-allen-dilemma’s, zoals binnen je eigen afdeling. Ten eerste hebben mensen dan snel door: wat slecht is voor het collectief, is ook slecht voor henzelf. Ten tweede is er face-to-face contact tussen betrokkenen [emotionele boekhouding], waardoor ieders persoonlijk aandeel zichtbaar is.[iv] En ten derde is er vaak ook een collegiale band met de anderen en identificatie met de eigen groep, waardoor mensen hun medegroepsleden ook niet willen benadelen.

Dit pleit voor kleine organisaties en kleine zelfsturende teams, want in grootschalige dilemma’s – zoals in de financiële wereld en binnen de samenleving als geheel – gaan mensen zich niet spontaan coöperatief gedragen. Bedenk dat mensen in de evolutie heel lang hebben geleefd in kleine overzichtelijke groepen [hier en nu] en dat hun sociale gedragsrepertoire zich in díé omstandigheden heeft ontwikkeld. Naarmate de schaal groter wordt, worden individuele bijdragen anoniemer en het druppel-op-de-gloeiende-plaatgevoel sterker, zodat de keus voor eigenbelang veel aantrekkelijker wordt. Gaat het om grootschalige dilemma’s tussen persoonlijk en collectief belang, dan is dus regelgeving nodig en sterk leiderschap: ‘de markt’ werkt alleen naar behoren in kleine groepen waar mensen elkaar kennen en de gevolgen van hun gedrag voor de groep zichtbaar zijn.

 

[1] Bruin, E.N.M. de & Lange, P.A.M. van (1999). Impression Formation and Cooperative Behavior. European Journal of Psychology, 29, 305-328.

[2] Lange, P.A.M. van, Liebrand, W.B.C. & Kuhlman, D.M. (1990). Causal Attribution of Choice Behavior in Three N-Person Prisoner's Dilemmas. Journal of Experimental Social Psychology, 26, 34-48.

[3] Luyendijk, J. (2015). Dit kan niet waar zijn.

[4] Balliet, D. (2010). Communication and Cooperation in Social Dilemmas: A meta-analytic review. Journal of Conflict Resolution, 54, 39-57.